Yago… Bram… en Hanns-Martin

De laatste weken zit Yago Riedijk behoorlijk in mijn hoofd. Voor mij is hij momenteel hét gezicht van ‘de Syriëganger’. Ik kan niet inschatten in hoeverre zijn verklaringen oprecht en gemeend zijn of dat hij zich er tussenuit wil liegen. Waren die onthoofdingsfilmpjes op internet ècht zo lastig te bekijken zoals hij in het AD beweert? Ik geloof daar niets van. Mijn emoties lagen heel dicht bij: “laat hem daar maar wegrotten” en naar wat ik erover lees denken anderen daar net zo over. Terrorismedeskundige en universitair docent Bart Schuurman en advocaat en bijzonder hoogleraar Geert Jan Knoops lieten onlangs in De Volkskrant een ander licht schijnen op al die doodswensen voor Yago. Natuurlijk hebben Schuurman en Knoops gelijk en is het maar goed dat ik er niet over ga. Maar wat is de reden dat mijn emoties ten opzichte van Yago Riedijk zo anders waren dan die ten opzichte van bijvoorbeeld een jongen als Bram van Beek en een man als Hanns-Martin Schleyer? Het zette me aan het denken over hoe emoties met je op de loop kunnen gaan.

Bram werd in Augustus 1924 geboren in een gezin waarvan de vader een fanatieke NSB-er was en zijn gezin meesleurde in de ondergang. Twee zonen en een schoonzoon sneuvelden, hijzelf en zijn vrouw werden veroordeeld en uitgekotst door de maatschappij. Op zijn 16e meldt Bram zich bij de Nationale Jeugdstorm en direct na de Duitse aanval op Rusland meldt hij zich bij de Waffen SS, hij is dan nog steeds 16 jaar. Hij vecht in 1942 bij Leningrad, in 1943 in Kroatië tegen de partizanen en hij komt in Januari 1944 aan in Oranienbaum aan de Finse Golf. Daar raakt hij direct verwikkeld in het Russische winteroffensief. De Duitse dagrapporten staan stijf van termen als: ‘Schwere Abwehrkämpfe… einbruchsraum… rückwärtiges Stützpunktsystem… eingebrochen… durchgebrochen… eingeschlossen… abgeschnitten...’ Temidden van al die hopeloze gevechten sneuvelt hij op 2 Februari 1944 in de buurt van Narva, 19 jaar oud en er is niets van hem teruggevonden. Is hij anders dan de jonge Syriëgangers zo’n 75 jaar later, werd hij door andere motieven gedreven? Zijn de stereotype ’40 maagden’ voor een martelaar te vergelijken met de belofte uit de NSB-wervingscampagne: ‘bij een tweejarig contract een goedbetaalde functie bij de politie, bij een vierjarig contract een flinke boerderij’? Of was hij maar een gewone adolescent bij wie vaardigheden als impulsbeheersing en morele oordeelsvorming nog in de wachtkamer zaten? In elk geval ontvangen moeders van jongens als Bram van Beek in anonieme brieven hetzelfde soort verwensingen als zijn leeftijdgenoten in onze tijd: “Wij feliciteren je hartelijk naar aanleiding van het sneuvelen van je fascistische zoon. Gelukkig dat deze ellendige landverrader kapot is. Hij is beroerd weggekomen, maar niet beroerd genoeg. Hij had moeten blijven leven om na de oorlog aan een paal te worden opgehangen.
In December 1942 ligt Bram in een veldhospitaal en schrijft een brief aan zijn nichtje van 10 in Nederland: “… Zeg Aad, Sinterklaas is hier ook in het lazaret geweest, ja werkelijk, we kregen allemaal wat van hem, een paar koekjes, reep chocolade een rolletje drop en een paar cigaretten. Nu, roken doe ik niet dus die heb ik weer weggegeven maar het was toch leuk. Met de Kerstdagen zal het hier ook wel een groot feest worden, reken maar. Daar schrijf ik je later eens over, dag! Vrolijke Kerstdagen en een gelukkig Nieuwjaar. Dag!! Bram.” Dat tweede briefje is er nooit meer gekomen. De een wil of kan alleen de SS-er zien, de ander ook nog iets anders. Als ik in 2006 het toen inmiddels 74-jarige nichtje ernaar vraag, schrijft ze: “Ik weet nog wel dat ikzelf destijds heel verdrietig was toen we gehoord hadden dat Bram gesneuveld was. Als klein meisje was Bram een soort held voor mij en het was een knappe jongen om te zien.” En natuurlijk speelt het mee dat Bram mijn eigen neef was en dat ik zijn gezinssituatie tot 3 cijfers achter de komma heb gereconstrueerd, misschien een beetje zoals de advocaat doet die een volledig beeld wil schetsen.

En wie is die Hanns-Martin dan uit de kop van dit stukje? Hanns-Martin Schleyer was ten tijde van zijn ontvoering in 1977 door het Siegfried Hausner Kommando van de RAF, voorzitter van de ‘Bundesvereinigung der Deutschen Arbeitgeberverbände’, zeg maar de Duitse Werkgeversorganisatie.
Hanns-Martin was in 1935 zó kwaad dat zijn studentenvereniging de Joodse oud-leden niet royeerde dat hij overstapte naar de Nationaal Socialistische Studentenvereniging. Vóór die overstap werd hij in 1933 lid van de SS en tijdens de oorlogsjaren hield hij zich onder andere als ‘Beauftragter des Sicherheitsdienstes der SS für den Universitätsbereich‘ bezig  met vervolging van ‘linkse’ studenten. Op het moment van zijn ontvoering viel ik in dezelfde leeftijdscategorie als Yago en Bram en ik was behoorlijk links ‘angehaucht’ om maar even bij het Duits te blijven. Hanns-Martin  stond voor mij model voor alles wat je aan een Duitser moest verafschuwen. Hij was wat Def P. van Osdorp Posse later in ‘Carriere Maken’ zou berappen als: “De zakenman, de zakenman, ik kijk ernaar en ik braak ervan. Jouw dure auto, huis en snol, die kunnen mij niet raken man!” Een echte moffenkop in die tijd… te grote waffel, te dikke auto… eigen kuil in Zandvoort en de klassieke ‘Schmisse’ op zijn bek, overgehouden aan een academisch schermduel…. Kortom een foute mof uit de jaren ’70, de tijd dat Duitsers nog gewoon ‘foute moffen’ waren. Mijn woede gold destijds vooral het falende systeem waardoor Schleyer als oud SS-er zo’n prominente baan kon veroveren en ja…. net zoals Yago en Bram werd ik mogelijk ook gegrepen door een bepaald soort martiale heroïek die bewegingen als IS, SS en RAF uitoefenen op jonge jongens.

Ik heb om Schleyer nooit een traan gelaten, net zo min als om de jongens van IS. Maar toen ik bij het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging het dossier van Bram doorploegde moest ik toch wel wat wegslikken. Het hemd is nou eenmaal nader dan de rok en Bram en zijn broer waren al sinds de oorlog een ‘no go area’ om over te praten in de familie. Dat laatste heb ik tenminste kunnen herstellen.
Wat moet ik nu met mijn “laat hem daar maar wegrotten” ten aanzien van Yago? Daarmee zat ik er naast, het is geen oplossing en ik denk inderdaad dat hetgeen Knoops aangeeft de enig juiste manier is om dit aan te pakken. Je laten meeslepen door emoties… vertel mij wat, ik heb het uitgevonden. Wat dat betreft ben ik jaloers op die eigenschap die de Britten ‘Keep your upperlip stiff’ noemen. Ze zullen het overigens nodig hebben komende tijd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s